Menu & Search
Stilte

Stilte

Vandaag een andere blog dan je gewend bent van mij. Omdat het vandaag 4 mei is wil ook ik stilstaan bij dodenherdenking. Gelukkig kunnen wij hier in alle vrijheid leven, en daar ben ik me maar al te goed van bewust. Op heel veel andere plaatsen in de wereld is dat wel anders helaas. Mijn gedachten zijn vandaag dan ook niet alleen bij alle slachtoffers van de tweede wereldoorlog, maar ook die van alle oorlogsslachtoffers nu en de slachtoffers die er nog iedere dag bij ( gaan) komen. Wat ik duidelijk wil maken is dat sommige dingen die voor ons normaal zijn, niet zo ‘gewoon’ zijn voor andere mensen.
Daarom schreef ik dit verhaal, iets dat denk ik maar al te vaak gebeurt,of gebeurd is. Een verhaal over onschuldige burgers die dagelijks het slachtoffer zijn van oorlogsgeweld.

Stilte

‘Daar heb je er weer eentje!’ In de verte zag ik een grote rookpluim ontstaan terwijl de grond een beetje trilde. Dit keer waren ze dichtbij.
‘Zullen we terug gaan? Dadelijk merk hij dat we er niet zijn.’
Ik negeerde hem. Mijn broertje was een bangerik. Ik niet, ik was niemand bang. De hele dag zaten we binnen, verstopt. De grote mensen waren ook bang. Ik wil  gewoon buiten spelen. We waren vanmorgen al vroeg opgestaan zodat we konden voetballen, dat deden we wel eens vaker, dan slopen we heel stil langs pappa’s kamer. We waren altijd terug voor pappa wakker werd. Het was ons geheimpje.

‘Twee nul. Je moet ook opletten, dan win je misschien een keer. Wacht ik zal je helpen.’ Ik schoof de stenen wat verder uit elkaar zodat mijn goal wat groter werd. Terwijl ik gebukt stond kwam er wat  opwaaiend stof  in mijn ogen terecht. ‘Auw, het prikt, terwijl ik het eruit probeerde te wrijven hoorde ik mijn broertje schaterlachend op me af komen. ‘Goaaal! Je moet beter opletten stomkop! Ik ga winnen, jij niet. Lekker puh.’
‘Dat is niet eerlijk, ik had wat in mijn ogen.’ Maar mijn broertje bleef maar roepen dat ik een verliezer was.
Er vloog weer een vliegtuig over. ‘Misschien moeten we toch maar terug gaan.’
‘Dat is niet eerlijk! Je wil alleen maar terug omdat je bang bent dat ik nog een keer score.’
‘Jij wilde net toch ook terug?’
‘Met al dat lawaai is pappa misschien al wakker.’ Al hij ontdekt dat we er niet zijn dan …
‘Nee, door voetballen.’ zei mijn broertje stellig.
‘Kijk niet zo naar me, je weet dat ik daar een hekel aan heb.’ Maar hij bleef met zijn grote bruine ogen naar me kijken.
‘Alsjeblieft?’
‘Goed dan, maar als pappa ontdekt dat we weg zijn geef ik jou de schuld en zeg ik dat jij weggelopen was.’
Maar mijn broertje hoorde me niet en rende dolenthousiast op de bal af, vastbesloten om een keer van me te winnen. Misschien liet ik hem dat vandaag ook wel, al zou ik dat waarschijnlijk nog weken horen.
‘Schiet dan kleine kabouter!’
Mijn broertje nam een aanloop met zijn korte beentjes, wat er grappig uitzag. Maar net toen hij de bal weg wilde schoppen,  werden ik en mijn broertje opeens met veel geweld weggeslingerd gevolgd door een harde knal. ik werd met enorme kracht tegen de grond gedrukt. En toen was er niets meer. Ik kon me niet bewegen en alles was donker. Ik moest hoesten, kreeg bijna geen lucht, maar hoesten deed pijn. Ik proefde een grondsmaak in mijn mond. Ik wilde mijn broertje roepen, maar dat ging niet. Ik bleef liggen, minuten, uren ik had geen idee.

Toen ik eindelijk weer wat kon zien probeerde ik op te staan, dat ging best behoorlijk. Mijn kleren waren stuk en ik had bloed aan mijn knieën en handen. Al vrij snel zag ik mijn broertje. Er lagen allemaal stenen en stof op hem. ‘Waarom slaap je, wordt wakker dan.’ Ik pakte zijn schouder beet en schudde hem doorelkaar. Hij voelde slap aan. Als een pop. Nog steeds geen reactie. Ik voelde me misselijk.
Ik schreeuwde om hulp, maar niemand hoorde ons. Ik huilde.
Plotseling kwamen een paar vrouwen langsrennen, ook zij huilden. Eentje had er bloed op haar kleding. ‘Mevrouw, mijn broertje heeft hulp nodig!’
Ze keken me bang aan, en renden me voorbij. ‘Stop alsjeblieft!’
Maar ze waren al weg.
Ik probeerde mijn broertje op te tillen, maar ik had nog steeds overal pijn. Hij was te zwaar. Ik voelde iets plakkerigs en trok mijn handen terug. Mijn handen waren rood. Ik had zijn bloed op mijn handen. Het was allemaal mijn schuld, ik wilde alleen maar voetballen. Ik was de oudste, ik moest beter weten, dat is wat de grote mensen altijd tegen me zeiden.
‘Wordt nou wakker!’ schreeuwde ik tegen mijn broertje. ‘Je moet opstaan, we moeten terug naar pappa.’
Hij zou me dit nooit vergeven, maar ik moest naar hem toe. ‘Hier blijven lieve broer, ik ga hulp voor je halen. Ik beloof dat ik snel terug ben. Ik gaf hem een aai door zijn zwarte haren die onder het stof zaten, daarna rende ik zo hard als ik kon terug.  Onderweg struikelde ik een paar keer, overal lag puin en waren er mensen op straat. Ze zagen er verloren uit. Ze huilden of schreeuwden. Zaten met een lege blik op de grond of schreeuwden met hun armen naar boven gericht. De meesten zagen me niet eens.
Ik was buiten adem.  Ik Besefte me opeens dat ik onze flat allang had moeten zien. Ik moest verkeerd gelopen zijn door dat stof en puin overal. Alles leek ook zo op elkaar. Overal lagen stenen. Mijn oog viel op het bord van de slager die tegenover onze flat zat. Mijn hart bonkte in mijn keel. Ik was wél bang.
‘Pappa, pappa waar ben je!’ Geen antwoord. Stilte.

Volg jij me al op: |Instagram|Pinterest|Facebook|LinkedIn|Twitter|? Zo blijf je altijd op de hoogte van de laatste blogs en win-acties.

Follow


EN VERGEET JE NIET IN TE SCHRIJVEN VOOR MIJN NIEUWSBRIEF!


Reageren is niet suf!

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.

Archief

Tekstschrijver nodig?

Huur Schrijfmevrouw in!